MATERIAALSTAAT, INTERIEUR

kantoor- en laboratoriumruimten:

  • zandcementdekvloer, geschikt voor tapijt en mipolam
  • wanden voorzien van spuitwerk; systeemwanden niet opgenomen
  • systeemplafond, incl. armaturen
  • wandgoot, van metaal, in poedercoating

entreehal:                                                                  –

  • natuursteenvloer en loopschoonmat;
  • de overloop op de verdieping voorzien van projecttapijt
  • wanden voorzien van spuitwerk
  • gesloten gipsplaten plafond, voorzien va spuitwerk incl. armaturen (inbouw)

veiligheidstrappenhuis:

  • trappen prefab beton (trappenhuis 1en 2) t.p.v.verdieping voorzien van projecttapijt
  • wanden voorzien van spuitwerk

liften:

  • in rvs- uitvoering

sanitaire ruimten:

  • vloer- en wandtegels
  • systeemplafond, incl. armaturen

pantry’s:

  • vloer voorzien van vloertegels
  • wanden voorzien van spuitwerk; t.p.v. het aanrechtblad voorzien van wandtegels
  • systeemplafond, incl. armaturen
  • pantryblok incl. spoelbak

werkkast:

  • vloer- en wandtegels
  • systeemplafond, incl. armatuur

 

TECHNISCHE INSTALLATIES

 

Beagle Marconi wordt een gebouw dat geschikt is voor kantoren en laboratoria.

Voor dit project wordt er gestreefd naar een BREEAM Excellent duurzaamheid certificering.

De entree aan de voorzijde met receptie, ontvangst- wachtruimte met verbindingen naar liften en trappenhuizen.

Het gebouw bestaat uit 2 fase: A en B. A heeft 7 bouwlagen, B heeft 4 bouwlagen. Beide hebben 1 technische bouwlaag, met een centrale midden kern.

In de centrale midden kernen zijn, liften, schachten, sanitaire ruimten en trappenhuizen ondergebracht.

Het gebouw is als volgt opgebouwd:

  • Begane grond : Entree, laboratoria/kantoren
  • 1e t/m 6e verdieping : laboratoria/kantoren
  • dakopbouw : technische ruimte werktuigbouwkundige installaties (afvoeren, sanitair en klimaatinstallaties)

De laboratoria en kantoren krijgen per gebouwvleugel A en B een eigen ventilatiesysteem en per vleugel een luchtbehandelingkast met warmteterugwinning (totaal 2 stuks).

De verschillende verdiepingen worden voorzien van een gescheiden binnenrioleringsstelsels, uitgevoerd in HPE in verband met de chemische bestendigheid van de mogelijk te lozen stoffen. De rioleringsstelsels worden per vleugeldeel afzonderlijk aangesloten op een eigen inspectieput ( in het terrein), zodat controle van vervuiling per verdieping mogelijk is.

Per vleugel en per verdieping worden pantry’s voorzien met een close-in boiler. Het sanitair, kleur wit, bestaat uit wandclosetcombinaties met inbouwreservoir en wastafelcombinaties.

Het gebouw voldoet aan de eis voor de specifieke luchtdoorlatendheid-coëfficiënt van de gevel, gemeten overeenkomstig NEN 2686.

Minimum vertrektemperaturen:

  • kantoren, laboratoria : 20o C – archiefruimten : 15o C
  • verkeersruimten : 18o C – overige ruimten : 15o C
  • sanitaire ruimten : 18o C

De kantoren en labaratoria worden verwarmd door middel van luchtverwarming. De temperatuur kan per vertrek worden nageregeld.

Het warmteleveringsstation van de stadsverwarming staat op de begane grond. In de technische ruimte staat een CV verdeler opgesteld, waar vanaf de verwarmers van de laboratoria worden gevoed. Daarnaast zal een verwarmingsgroep de luchtnaverwarmers in de, VAV boxen per ruimte, op de begane grond en verdiepingen voorzien van verwarmd water.

Eventueel kunnen de vleugels per verdiepingen worden apart bemeterd (niet in de basis).

Voor de laboratoria op de begane grond en verdiepingen wordt per vleugel een luchtbehandelinginstallatie voorzien, op basis van 6-voudige ventilatie met behorende toe- en afzuigkanalen. In de twee schachten is een extra afzuigkanaal opgenomen op basis van 5-voudige ventilatie, in totaal dus 11 voudige ventilatie. Hierop kunnen door de eventuele huurders zuurkasten e.d. op worden aangesloten. Het toevoerdeel in de luchtbehandelingkasten is uitgelegd op 11-voudig. De hoeveelheid lucht die de afzuigventilator in de luchtbehandeling kast zal afzuigen wordt mede bepaald door de afzuighoeveelheid door het separate extra afzuig kanaal. De extra ventilator is niet voorzien in de basis, maar kan desgewenst in een later stadium worden aangebracht. Uitvoering kanalenstelsel in sendzimir verzinkt plaatstaal volgens de Luka-normen voor het laboratoriumdeel. Het extra afzuigkanaal voor eventuele zuurkasten e.d. zal in staal gecoat of in kunststof worden uitgevoerd. De toevoerluchtkanalen zijn geïsoleerd. De volgende ruimten zijn voorzien van mechanische afzuiging: de sanitaire ruimten, garderobes, pantry’s, trappenhuizen.

Ventilatie-vouden:

  • kantoren : ca. 3,5-voudig
  • laboratoria : 6-voudig optioneel is het mogelijk 11-voudige ventilatie toe te passen

De volgende luchthoeveelheden worden mechanisch afgezogen:

  • toilet : 50 m3/h – douche : 75 m3/h
  • pantry : 75 m3/h – werkkast : 50 m3/h

Het maximum geluidsniveau in een gesloten ruimte, gemeten in de leefzone, veroorzaakt door de installaties bedraagt:

  • verblijfsruimte : 35 dB(A)
  • verkeersruimte : 42 dB(A)

De lucht voor de kantoren wordt retour gezogen via een ongeïsoleerd sendzimir lucht-retour kanalenstelsel dat is aangesloten op de inlegroosters in het systeemplafond.

De lucht in de sanitaire ruimten wordt via luchtrozetten afgezogen.

In verband met energiebesparing wordt een labcontrol-systeem opgenomen zodat een gedefinieerde luchtbalans kan worden gewaarborgd met verschillende bedrijfssituaties (dag- en nachtschakelingen en luchthoeveelheidregeling tijdens bedrijf / optioneel).

Het toevoer kanalensysteem vormt een samenwerkend geheel met het labcontrol-systeem. Hierdoor wordt een juist binnenklimaat gewaarborgd, ook als de zuurkasten buiten bedrijf zijn.

De koellastberekening volgens het VABI-gebouwsimulatieprogramma VA 114 versie 1.39.

Volgens de RGD-norm met maximaal 150 gewogen overschrijdingsuren per jaar, NEN 5066.

De koeling van de kantoren en laboratoria wordt verzorgd door inblaas van gekoelde lucht met een minimum temperatuur van 16o C. Per ruimte wordt de hoeveelheid lucht door de VAV box geregeld en des gewenst naverwarmd. De koeling wordt verzorgd door een waterkoelmachine die centraal is opgesteld in de technische ruimte waarop de koelbatterijen van de luchtbehandelingkasten zijn aangesloten.

De installaties worden geregeld met behulp van een digitaal regelsysteem dat op afstand is te beheren, van het fabrikaat Priva.

 

Per verdieping en per vleugel voor de laboratoria/kantoren zullen overwerktimers worden geplaatst.

De gehele luchtbehandelingsinstallatie wordt aangesloten via de DCC en is volledig regelbaar.

De luchtbehandelingsinstallatie zal worden voorzien van een brandweer-ventilatieschakeling.

Per verdieping 1 onderverdeelkast, die de elektrotechnische installatie voedt.

 

Per mogelijke huurder wordt 1 onderverdeelkast aangebracht en uiteraard in de HVK iedere afgaand veld voor een OVK te voorzien van Kwh meting. Het NSA (80 kVA) kan buiten worden opgesteld waardoor eventuele laboratoriumproeven geen hinder hoeven te ondervinden van lange tijd stroomuitval.

Per 3,6 x 5,4 meter worden 3 inbouwarmaturen 2 x 36 W aangebracht, voorzien van een beeldschermvriendelijk rooster.

In verband met de indeelbaarheid op 1800mm wordt daarom per 3,60 x 5,40 4 stuks LED armaturen toegepast, deze armaturen zijn energetisch beter dan de conventionele 2*36W.

Deze verlichting wordt geschakeld door middel van 1 serieschakelaar en beweging schakelaar.

Tegen de buitengevel (langsgevels) wordt een wandgoot gemonteerd, die per 1,8 meter is voorzien van een wandcontactdoos dubbel en een loze doos voor telefoon en/of data.

 

In de gangen en toiletten worden LED-inbouwarmaturen aangebracht. De gang worden centraal (per verdieping via een bedieningspaneel op de begane grond) geschakeld, de toiletten d.m.v. een bewegingsmelder in de voorruimte.

Het standaard lichtniveau in de kantoren is 500 lux en in laboratoria is 800 Lux.

De vluchtwegen in het pand wordt voorzien van een decentraal noodverlichtingsysteem.

Een huistelefoon- c.q. spreekluister-installatie wordt opgenomen. Bij de hoofdentree is iedere verdieping apart aanroepbaar.

Bij de achter ingang is de deur te openen door middel van een stand alone toegangssysteem.

 

Op het dak is ten behoeve van de gebouwbeveiliging een bliksem-beveiligingsinstallatie (LP3) opgenomen.

Er is geen glazenwasinstallatie opgenomen.

 

(Versie 24-09-2021)

(Eventuele veranderingen ten opzichte van het definitieve en technisch ontwerp voorbehouden.)